Kwaliteit & Accreditatie

Volgens de European Consortium for Accreditation in higher education (ECA) is accreditatie een formeel besluit van een onafhankelijke instantie dat een opleiding of een instelling voldoet aan vooraf vastgestelde kwaliteitseisen.

In Vlaanderen is de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) de onafhankelijke instantie die formele besluiten tot accreditatie neemt. Deze besluiten worden genomen op basis van rapporten waarin de desbetreffende opleiding wordt beoordeeld door een commissie van experten.
Deze experten gebruiken het accreditatiekader van de NVAO om een oordeel te vormen over de opleiding. Dat accreditatiekader bevat de “vooraf vastgestelde kwaliteitseisen” uit de ECA-definitie.

Kwaliteitszorg

Accreditatie maakt deel uit van de kwaliteitszorgsysteem van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Accreditatie bouwt in feite op het kwaliteitszorgsysteem van de instellingen.

Kwaliteitszorg wordt gedefinieerd als een proces waarmee het vertrouwen van de stakeholders (de belanghebbenden) wordt bevestigd dat het onderwijs (input, proces en resultaten) de verwachtingen inlost of aan de minimumvereisten voldoet.

In het hoger onderwijs in Vlaanderen heeft kwaliteitszorg de volgende doelstellingen:

  • De constante verbetering van de kwaliteit van het onderwijs 
  • Verantwoording afleggen aan de overheid voor het gebruik van publieke middelen
  • Informatie verstrekken aan studenten en ouders over de kwaliteit van het onderwijs

Accreditatie vormt eigenlijk het sluitstuk van de kwaliteitsozorg. In Vlaanderen mogen enkel geaccrediteerde opleidingen aangeboden door erkende instellingen erkende bachelor- en masterdiploma's uitreiken.

Het Vlaamse kwaliteitszorgstelsel bestaat in feite uit een intern gedeelte, een extern gedeelte en een gedeelte waarin de formele beslissing over de kwaliteit wordt genomen.

Het interne gedeelte: de zelfevaluatie

Het interne gedeelte speelt zich af op het niveau van de opleiding. Het gaat om de zelfevaluatie die de opleiding zelf uitvoert. Deze zelfevaluatie resulteert in een zelfevaluatierapport.

 

Het externe gedeelte: de visitatie

Het externe gedeelte speelt zich af op het niveau van de overkoepelingen van de universiteiten en de hogescholen, respectievelijk VLIR en de VLHORA. Dit zijn de overkoepelingen van respectievelijk de universiteiten en de hogescholen.
In het externe gedeelte vindt er een visitatie plaats. Dit wordt gedaan door deskundigen van buiten de opleiding en de instelling. Deze deskundigen vormen de visitatiecommissie waarrin de volgende specifieke deskundigheid aanwezig moet zijn:

  • domeinspecifieke deskundigheid in de discipline en het afnemend veld;
  • onderwijsdeskundigheid;
  • evaluatiedeskundigheid;
  • deskundigheid in de internationale ontwikkelingen van de discipline.

Er is ook steeds een student lid van de visitatiecommissie. Deze studenten worden voorgesteld door de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS). 

Het zelfevaluatierapport uit het interne gedeelte vormt de inhoudelijke basis waarop de visitatiecommissie verder werkt. Daarbij hanteert de commissie het accreditatiekader van de NVAO. In dit kader zijn verschillende onderwerpen met onderliggende facetten opgenomen die het mogelijk maken de kwaliteit van de opleiding zichtbaar te maken.

Tijdens haar beoordeling licht de commissie de opleiding door, bespreekt de zelfevaluatie, bezoekt de instelling, spreekt met de betrokkenen uit de opleiding (omkadering, docenten/professoren, studenten, alumni, …) en evalueert werkstukken van studenten. De commissie schrijft haar bevindingen en oordelen neer in een evaluatierapport.

De instelling dient aan de NVAO de accreditatie van een opleiding aan te vragen. Dit gebeurt zowat een jaar voordat de geldende (overgangs)accreditatie vervalt. De aanvraag wordt vergezeld van het evaluatierapport van de visitatiecommissie.

De formele beslissing: de accreditatie

De beoordeling van de opleiding door de visitatiecommissie, het visitatierapport dus, zal voor de NVAO de basis vormen om tot een accreditatiebesluit te komen. Daartoe gaat de NVAO na

  • of de commissie wel voldoende expertise had om een deskundige en onafhankelijke uitspraak te doen over de opleiding,
  • of de commissie alle elementen uit het accreditatiekader heeft beoordeeld en
  • of de verschillende oordelen wel op een degelijke en begrijpelijke manier onderbouwd zijn.

Het accreditatiebesluit kan enkel positief of negatief zijn. Indien het besluit positief is, wordt de accreditatietermijn van de opleiding in het Hogeronderwijsregister vernieuwd. Indien het besluit negatief is, vervalt de erkenning van de opleiding. Dit betekent dat de opleiding uit het Hogeronderwijsregister wordt verwijderd. De instelling mag dan de opleiding niet meer aanbieden (en het erkende diploma niet meer uitreiken). Indien de opleiding overheidsfinanciering kreeg, valt die natuurlijk weg.

De instelling kan in geval van een negatief besluit wel een verbeteringstraject voorleggen aan de minister verantwoordelijk voor hoger onderwijs. Die kan dan een tijdelijke erkenning van maximaal drie jaar toekennen. Binnen die termijn moet er dan een positief accreditatiebesluit verworven worden.

Het volledige Vlaamse kwaliteitszorgstelsel

Volledig samengesteld ziet het Vlaamse kwaliteitszorgstelsel er uit zoals in het hiernaast staande schema. Klik voor een grotere versie.